Getuige-deskundige staat zelf voor de rechter
Mag je een zorgverlener tuchtrechtelijk aanklagen op basis van informatie uit krantenartikelen? Op die vraag probeert het Centraal Tuchtcollege in Den Haag op 26 oktober 2022 antwoord te krijgen.
Een collega-arts dient een tuchtklacht in tegen anesthesioloog Besse over zijn stellige uitspraken als getuige-deskundige in de zaak tegen huisarts W. Zij baseert haar claim op de krantenartikelen over de zaak.
Door Mare Lensvelt
Centraal Tuchtcollege in Den Haag (foto Lensvelt)
“Ik voel mij aanzienlijk geschoffeerd”, de beklaagde anesthesioloog loopt rood aan. Hij begint steeds sneller te praten: “Ik doe mijn vak al 41 jaar met heel veel aandacht en deskundigheid. Nu zet u mij hier neer alsof ik er niets van kan.” Zijn ogen houdt hij strak op het centimeters dikke dossier voor hem gericht.
Het is even stil in de rechtszaal. De voorzitter van het tuchtcollege wendt zich tot de klaagster. “Wilt u daarop reageren?”
Ze knikt. “Het doet mij wel wat dat u zich zo voelt”, antwoordt zij. “Maar iemand moest iets doen aan de stelligheid waarmee u dingen beweert. Want u weet toch ook; in doktersland is niets zeker.”
Deskundigheid in twijfel getrokken
Het Centraal Tuchtcollege bespreekt op woensdag 26 oktober de tuchtklacht tegen anesthesioloog Kees Besse in het Paleis van Justitie. De tuchtklacht is de nieuwste opmerkelijke wending in de jarenlange strafzaak tegen de Limburgse huisarts W. In die zaak is anesthesioloog Besse getuige-deskundige. En juist zijn deskundigheid trekt de klaagster in twijfel.
"Ik zou hier niet zitten als de Inspectie zijn werk goed had gedaan."
Klaagster
Wanneer klaagster, zelf sociaal geneeskundige, in januari 2022 de uitspraken van Besse als getuige-deskundige in de krant leest, valt zij over de “stellige, stoere bewoordingen” waarmee hij zijn getuigenis in de rechtbank aflegt. Wanneer blijkt dat deze getuigenis een belangrijk onderdeel is in de vrijspraak van dokter W., voelt klaagster zich moreel genoodzaakt in te grijpen. “Ik zou hier niet zitten als het Regionaal Tuchtcollege, of de Inspectie hun werk goed hadden gedaan,” verklaart zij voor het Centraal Tuchtcollege. Bij de Inspectie kreeg zij na haar melding van het – volgens haar – onprofessionele gedrag van Besse geen antwoord.
Zaak Limburgse Huisarts W.
In februari 2018 arresteren agenten in burger huisarts W. op verdenking van de moord op zijn demente schoonmoeder. Het Openbaar Ministerie verdenkt hem van het opzettelijk toedienen van een letale dosis medicatie. Als Getuige-deskundige Besse verklaart dat er sprake was van een “volledig terechte” palliatieve sedatie op basis van het terminaal hartfalen bij patiënte. Onder andere op basis van deze getuigenis, spreekt de rechtbank in Roermond de huisarts afgelopen juli vrij. Het Openbaar Ministerie is in hoger beroep.
Bijzondere tuchtklacht
Dat een getuige-deskundige uit een lopend strafrechtelijk onderzoek tuchtrechtelijk aangeklaagd wordt, is zeldzaam. In de afgelopen tien jaar kwam dit een handvol keren voor.
Opvallend in deze tuchtzaak is dat klaagster haar bezwaren baseert op de informatie uit tientallen krantenartikelen die zij over de zaak tegen de Limburgse huisarts las. Het Centraal Tuchtcollege moet nu een inschatting maken of dit voldoende is voor de tuchtklacht. Als zij de klacht accepteren, kan dan iedereen een zorgverlener op basis van een krantenartikel aanklagen?
‘Voor driehonderd procent achter mijn uitspraken’
Voor Besse, vergezeld door zijn advocaat, is het ongelooflijk dat klaagster hem op basis van krantenartikelen aanklaagt. Hoewel hij vanuit het strafrechtelijk proces niet te veel mag zeggen, vertelt hij dat hij meer dan twee uur als getuige in de rechtbank gehoord is, en dat de zinnen in een krantenartikel slechts een beperkte afspiegeling van zijn woorden zijn. Overigens staat hij nog steeds “driehonderd procent” achter zijn uitspraken in de rechtszaal. “Overlijden na twee dagen doe je niet als gevolg van dementie, dat is hartfalen.”
Zwijgen versus transparantie
Dat zich hier zowel een tuchtrechtzaak als een strafrechtelijke zaak afspeelt, plaatst zorgverleners voor een dilemma. In het strafrecht heeft een beklaagde het recht te zwijgen. Alles wat je zegt in het strafrecht, kan tegen je gebruikt worden. In het tuchtrecht daarentegen is openheid en transparantie een belangrijk gegeven. Het tuchtcollege wil graag zien dat de aangeklaagde arts zich lerend opstelt. Dus zoveel mogelijk op tafel legt. Maar dat helpt niet in het strafrecht. Documenten, transcripties en getuigenissen uit een tuchtrechtzaak kunnen namelijk gebruikt worden in het strafrechtelijk proces. Mocht het Centraal Tuchtcollege overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van de tuchtklacht tegen Besse, dan heeft dit invloed op de strafzaak waar hij getuige-deskundige is.
Mag de klaagster wel klagen?
Of het echt tot een inhoudelijke beoordeling van de tuchtklacht gaat komen, is nog maar zeer de vraag. Eerst beoordeelt het Centraal Tuchtcollege of klaagster als voldoende belanghebbende gezien mag worden. De Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) stelt dat alleen direct belanghebbenden mogen klagen. Deze voorwaarden zijn gesteld om zorgverleners te behoeden van wilde klachtprocedures van niet-betrokken klagers. Onder direct belanghebbenden verstaat de Wet BIG patiënten of naasten van patiënten. Daarnaast mag de werkgever van de beklaagde, of de Inspectie Gezondheid en Jeugdzorg een tuchtprocedure starten.
‘In het algemeen belang.’
Klaagster pleit voor een inhoudelijke uitspraak over de klacht. “Zelfs als u mij niet ontvankelijk verklaart, vraag ik u om de uitspraken van meneer Besse tuchtrechtelijk te beoordelen. In het algemeen belang,” besluit zij.
De uitspraak volgt 23 december 2023.
Over de auteur
Mare Lensvelt is freelance journalist. Vanuit haar ervaring als vaatchirurg schrijft zij over de medische wereld en wetenschap.
